Cultuur, Communicatie en Diversiteit

BA-cursus, blok 1 2015-2016, Dep. Talen, Literatuur en Communicatie, Utrecht

Over

Deze site bevat presentaties van eindopdrachten van studenten uit de bachelorcursus Cultuur, Communicatie en Diversiteit (blok 1, studiejaar 2015 – 2016, begeleid door Annelies Messelink (coördinator) en Tessa van Charldorp van de BA opleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen (CIW), Departement Talen, Literatuur en Communicatie van de Universiteit Utrecht.

Lezers worden van harte uitgenodigd op de presentaties te reageren. Er zijn verschillende onderzoeksmethoden binnen het gebied van interculturele communicatie. In deze cursus werden de onderstaande methoden besproken, maar studenten hebben onderzoeken geschreven met behulp van: beeldvorming en identiteit, en contrastief.

  1. Beeldvorming en identiteit kijkt naar processen waarmee culturele identiteiten geconstrueerd worden, zowel op individueel en microniveau, als via media en berichtgeving op macroniveau. De aandacht gaat uit naar de wijze waarop in tekst en beeld zowel ‘het vreemde’ respectievelijk ‘de vreemdeling’ als ‘het eigene’ wordt geconstrueerd. Daarnaast gaan we in op definities van culturele identiteit en de vraag hoe in interactie gerefereerd kan worden aan culturele identiteiten en hoe reacties op dergelijke categorisaties verschillend kunnen uitwerken.
  2. Contrastieve studies hebben als doel om categorieën of dimensies te ontwikkelen waarmee overeenkomsten en verschillen tussen culturen en hun talen worden beschreven. Een centrale aanpak hierbinnen betreft het onderzoeken van specifieke dimensies die (functioneel) equivalent zijn, gemene delers op basis waarvan verschillende talen en culturen met elkaar vergeleken kunnen worden. Je kunt bijvoorbeeld vragen of een taalhandeling (zoals een belofte doen) in een bepaalde cultuur vergelijkbaar werkt als in een andere cultuur. Zo vindt het uitspreken van beleefdheid bijvoorbeeld anders plaats in het Italiaans dan in het Nederlands. Je kunt ook kijken naar het verschillende effect van eenzelfde reclame op mensen uit twee landen met verschillende moedertalen.
  3. De interactie-analyse richt zich op de analyse van authentieke gesprekken. De focus kan hierbij liggen op de taal en het discours van mensen met een verschillende talige en culturele achtergrond, die bijvoorbeeld met elkaar interageren in een lingua franca, luistertaal of in de taal van één van de betrokkenen. Er is aandacht voor talige structuren die misverstanden kunnen veroorzaken of die juist succesvolle interculturele interactie kenmerken en bevorderen. Interactie-analyse kan ook interessante inzichten bieden in identificatieprocessen op gespreksniveau. Het analyseren van linguïstische categorisaties geeft inzicht in de wijze waarop individuen verwijzen naar hun eigen culturele identiteit of die van anderen – en hoe vervolgens op deze categorisaties wordt gereageerd.
  4. De interlanguage-benadering vergelijkt het discours van natives met dat van non-natives in een tweede of vreemde taal. Er is aandacht voor o.a. interferentie van grammaticale, pragmatische en discourseverschijnselen. Het Engels wordt bijvoorbeeld dagelijks gebruikt door non-native speakers. Hierbij kun je onderzoeken welke talige aspecten van hun moedertaal zij letterlijk overnemen, zoals ‘all the noses in the same direction’, maar ook de sociale impact van uitingen analyseren die in het Engels sterk kunnen afwijken van de moedertaal.
  5. Het belang van interculturele competenties wordt toenemend benadrukt in de maatschappij en in het bedrijfsleven steeds vaker vereist. De groeiende blootstelling aan talen en culturen maken vaardigheden die individuen in staat stellen met diversiteit om te gaan steeds belangrijker. In deze benadering ligt de nadruk op wat interculturele competenties zijn en hoe deze in de praktijk worden opgedaan middels het leren van en reflecteren op interculturele ontmoetingen. Definities van wat interculturele competenties precies omhelst, evenals de wijze om deze te onderzoeken en te toetsen, zijn echter nog diffuus.